Dertig jaar geleden pleegden orthodoxe communisten in de regering, samen met de top van het leger en de geheime dienst, een staatsgreep in de Sovjet-Unie. Die coup mislukte. Maar drie decennia later rijst de vraag of de putschisten dankzij president Poetin niet alsnog hun gelijk hebben gehaald. Marc Jansen zet de feiten en interpretaties op een rijtje.

KlimovCoup2
Verdedigers van het Witte Huis, augustus 1991. Foto Oleg Klimov

door Marc Jansen

Dertig jaar geleden, op 19 augustus 1991, pleegde een groep prominente Sovjet-leiders een staatsgreep. Michail Gorbatsjov, de president van de Sovjet-Unie en secretaris-generaal van de communistische partij CPSU, was met vakantie op de Krim. Vice-president Gennadi Janajev, premier Valentin Pavlov, minister van Defensie Dmitri Jazov, minister van Binnenlandse Zaken Boris Poego en chef van de staatsveiligheidsdienst Vladimir Krjoetsjkov maakten van de gelegenheid gebruik hem ziek en tot regeren niet in staat te verklaren. Uit vrees dat de hervormingen die hij na zijn benoeming tot partijleider zesenhalf jaar eerder was begonnen, te hard gingen, had Gorbatsjov zich de afgelopen maanden met deze politici omringd. De leden van het ‘Staatscomité voor de Noodtoestand’ wilden ze helemaal stopzetten. Ze waren bang dat de Sovjet-Unie zou uiteenvallen en er een eind kwam aan het een-partijsysteem.

Maar de staatsgreep stuitte op meer verzet dan de putschisten hadden verwacht. Leider was Boris Jeltsin, nog maar net gekozen op de nieuwe post van president van de Russische Sovjet-republiek. De putschisten hadden hem niet dadelijk opgepakt. In Leningrad (of Sint-Petersburg zoals de stad spoedig weer heette) stond burgemeester Anatoli Sobtsjak aan het hoofd. Zijn steun en toeverlaat Vladimir Poetin, voorheen als officier van de staatsveiligheidsdienst gestationeerd in Oost-Duitsland, keek eerst de kat uit de boom, maar toen het verzet doorzette, koos hij de zijde van zijn chef. Zo mislukte de coup binnen drie dagen en werden de daders gearresteerd. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, een proces dat zij hadden willen afremmen, ging nu nog sneller. De ene na de andere Sovjet-republiek riep de onafhankelijkheid uit en er ontstonden vijftien nieuwe landen. Na de vorming van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) in december van hetzelfde jaar trad Gorbatsjov af als president van het niet meer bestaande land (de CPSU was al verboden). 

Nog steeds grootste land ter wereld

Rusland nam de plaats in de Veiligheidsraad der Verenigde Naties van de Sovjet-Unie over, inclusief het vetorecht. Ook maakte het zich meester van het nucleaire arsenaal. Het zag zichzelf als rechtsopvolger van de Sovjet-Unie evenals van het prerevolutionaire Russische rijk, een zesde van het aardoppervlak.

Na 1991 bleef Rusland het grootste land ter wereld, al was het percentage Russen nu veel hoger. Moskou gaf de rest van zijn imperium niet zomaar op, woonplaats van miljoenen andere Russen. Het wilde de grenzen van de post-Sovjet-landen ter discussie stellen. Het GOS moest een gedeeltelijke re-integratie brengen, een gezamenlijk veiligheidssysteem en een gecoördineerde economie en buitenlandse politiek, natuurlijk onder Russische leiding. Toen het GOS de Sovjet-Unie niet bleek te kunnen vervangen, ging Rusland de rest van die voormalige unie beschouwen als zijn ‘invloedssfeer’: het zogeheten ‘nabije buitenland’ dat als Ruslands ‘achtertuin’ over slechts beperkte soevereiniteit mocht beschikken.

KlimovTsjetsjenie
Moeder vindt zoon, die als diensplichtig soldaat krijgsgevangen was gemaakt door Tsjetsjeense rebellen. Foto Oleg Klimov

Separatisme: meten met twee maten

Op separatisme buiten Rusland reageerde Moskou heel anders dan in eigen land. Van Moldavië scheidde zich een gebied af ten oosten van de Dnestr-rivier en van Georgië de Abchaziërs en Osseten. Terwijl de afscheiding van Tsjetsjenië van Rusland tot een vernietigende oorlog leidde, kregen deze separatisten juist militaire steun van Rusland aangeboden. Ook de Russische minderheid in het ‘nabije buitenland’ kon rekenen op ‘protectie’ door Moskou. Toch ging Rusland niet zover om de Krim-separatisten hulp te geven tegen de Oekraïense regering in Kiev, althans niet onder Jeltsin. De Krim, een schiereiland in de Zwarte Zee, had na de deportatie van de Krim-Tataren eind Tweede Wereldoorlog een Russische meerderheid, maar was in 1954 door de Sovjet-leiding van de Russische Sovjet-republiek afgenomen en aan haar Oekraïense pendant gegeven. Wel huurde Rusland voor zijn Zwarte-Zeevloot de haven van Sebastopol.

Olieprijs: terug naar goede oude tijd

In de loop der jaren negentig, toen het slecht ging met de economie van Rusland en andere ex-Sovjet-landen, ontstond nostalgie naar de ‘goede, oude tijd’, niet alleen onder de machthebbers maar ook onder een groot deel van de bevolking. Zo kwam er al onder Jeltsin een aanzienlijk autoritairder, nationalistischer beleid van de grond.

Op oudjaar 1999 benoemde Jeltsin de een halfjaar eerder aangestelde premier Vladimir Poetin tot zijn opvolger als president van Rusland. Die bezorgde de afgetreden Jeltsin immuniteit toen deze een rechtszaak wegens corruptie op zich af zag komen.

Poetin staat nu ruim twintig jaar aan Ruslands leiding. De vorig jaar aangenomen Grondwetswijzigingen stellen hem in staat ook na 2024 president te blijven. Vooral in het begin vertegenwoordigde hij een breed verlangen onder Russen naar stabiliteit in een door desintegratie getraumatiseerde samenleving. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heerste er, nu de vanzelfsprekende zekerheden waren weggevallen, op grote schaal een gevoel van ontreddering. Maar vooral de flink opgelopen energie-inkomsten gaven Poetin de gelegenheid het levenspeil van de gemiddelde Rus stevig op te krikken, dat wil zeggen tot rond 2015. Daarna zetten de sancties om de Krim-annexatie, de gezakte internationale energieprijs plus ook nog eens de coronacrisis de neergang in.

Geleide democratie

Separatisme binnen Rusland heeft Poetin uitgeroeid. Burgerinitiatieven die hij niet kan controleren heeft hij zo goed als onmogelijk gemaakt. Er is vrijwel geen persvrijheid meer. Verenigd Rusland is, als opvolger van de CPSU, een bureaucratisch patronagenetwerk. Deze ‘soevereine democratie’ laat een zogenaamde ‘systeemoppositie’ toe; voor échte oppositie is geen plaats, die zien de machthebbers als een ‘vijfde colonne’. Desnoods vinden er moordaanslagen op oppositieleiders plaats, zoals tegen Alexej Navalny in 2020. Bij hem mislukte die, hij zit nu opgesloten in een strafkamp.

Onder veel Russen bestaat nostalgie naar de tijd dat hun land een belangrijke speler op het wereldtoneel was. Officieel is afgerekend met het communisme, maar Stalin staat nog steeds hoog in aanzien als de overwinnaar van de Grote Vaderlandse Oorlog (zoals de Tweede Wereldoorlog in Rusland heet).

Politie contra demonstranten Moskou 2012 cOlegKlimov
Oproerpolitie contra demonstranten. Moskou, 2012. Foto Oleg Klimov.

Anti-Westen

Allengs ging Poetin zich meer afzetten tegen het ‘unipolaire’ wereldstelsel dat ook volgens veel andere Russen een al te dominante rol gaf aan de Verenigde Staten van Amerika. In plaats daarvan pleit hij voor een ‘multipolair’ systeem dat Rusland eveneens tot de grote mogendheden rekent. In het verlengde daarvan is hij uit op verzwakking van de Noord-Atlantische Verdrags-Organisatie (NAVO) en de Europese Unie (EU).

Die zouden namelijk Ruslands ‘invloedssfeer’ zijn binnengedrongen. De Oost-Europese evenals de Baltische landen hebben zich (uit eigen beweging) bij NAVO en EU aangesloten. In 2003-2004 vonden er in Georgië en Oekraïne bovendien machtswisselingen plaats, wel ‘kleurenrevoluties’ genoemd, die een Westerser oriëntatie aan de politiek van die landen gaven. In 2008 riep de Amerikaanse president van dat moment, George Bush, de NAVO op beide landen toe te laten als lid, maar de Europese partners gingen hier voorlopig voor liggen.

Enkele maanden later leidde een tamelijk drieste actie van Micheïl Saakasjvili, toen president van Georgië, tot een vijfdaagse oorlog met Rusland die de ‘onafhankelijkheid’ van Zuid-Ossetië en Abchazië tot resultaat had; in werkelijkheid werden het Russische protectoraten (de er woonachtige Georgiërs zijn en masse verdreven). Het Westen reageerde buitengewoon lauw op deze actie van Rusland.

EU compenseert NAVO

Behalve de Baltische staten stond de Europese Unie voorlopig niet open voor andere Europese ex-Sovjet-landen, hoezeer ze dat ook wensten. Ter compensatie bood de EU deze zes landen eind 2013 een associatieverdrag aan. Zelfs de in 2010 gekozen pro-Russische president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj, voelde daar in eerste instantie wel voor. Maar onder druk van Poetin besloot hij uiteindelijk anders, om begin 2014 door de Majdan-volksbeweging te worden verjaagd.

Moskou zag er een door het Westen geïnspireerde ‘putsch’ in die het als aanleiding aangreep om de Krim te annexeren en een oorlog aan te stichten in het oosten van Oekraïne. Die heeft inmiddels meer dan 13.000 levens geëist, inclusief de bijna 300 doden van vlucht MH17.

Rusland had eigenlijk het oog laten vallen op het hele oosten van Oekraïne, een veel groter gebied dan de Donbas. Dat gevaar is, in het licht van Poetins opvatting dat Russen en Oekraïners één en hetzelfde volk vormen, geenszins geweken. Maar een openlijke oorlog met Oekraïne zou aanzienlijk meer slachtoffers kosten dan die met Georgië.

Gas blijft stromen

De Krim-annexatie had voor Rusland Westerse sancties tot gevolg, al neemt de gaslevering door Rusland aan EU-landen ondertussen alleen maar toe.

Na Oekraïne ondervond Belarus steeds meer Russische pressie het unieverdrag met Rusland uit 1997 eindelijk uit te voeren. In augustus 2020 vonden daar presidentsverkiezingen plaats die Alexander Loekasjenko, president van het land sinds 1994, opnieuw de overwinning opleverden. Officieel, want de meeste peilingen wezen eerder in de richting van oppositiekandidaat Svetlana Tichanovskaja. Daarna ging een golf van demonstraties door Belarus, door het bewind met grof geweld uiteengeslagen. Voorlopig blijft Rusland Loekasjenko steunen, maar er bestaat grote angst dat het van de gelegenheid gebruik maakt Belarus links- of rechtsom op te slokken.

PoetinTassendrager
Poetin begeleidt burgemeester Sobtsjak van Leningrad / Sint-Petersburg. Foto Wikicommons

Traditie versus Gayropa

Tegenover Europa (‘Gayropa’) stelt Rusland zich op als hoeder van ‘traditionele waarden’. Dit levert steun op van Europese nationaal-populistische groeperingen en ‘dissidente’ EU-leden. Ook maakt Moskou gebruik van Russisch-georiënteerde zakenbelangen binnen de EU. Er zijn serieuze verdenkingen van Russische inmenging in Westerse verkiezingen en het uitvechten daar van een ‘informatie-oorlog’.

Om zijn claims historisch te onderbouwen, eist Moskou in navolging van klassieke, imperiaal redenerende Russische historici de geschiedenis op van Roes, een uit de negende eeuw stammende tijdgenoot van het Karolingische rijk die het Oostslavische grondgebied beheerste. Het rijk had het nu Oekraïense Kiev als hoofdstad, die Russen, met hún uitleg van de geschiedenis, wel de ‘moeder aller Russische steden’ noemen. Rusland moet in de ogen van Kremlin-getrouwe historici als rechtstreekse erfgenaam van het Kievse rijk worden beschouwd. Maar volgens Oekraïense wetenschappers ontstond de Moskouse staat pas in de veertiende eeuw en had die zeker zo sterke Tataarse wortels.

Geopolitieke ramp

Voor herstel van de oude glorie maakt het Kremlin ook gebruik van de miljoenen tellende Russische diaspora in het ‘nabije buitenland’. Het vindt dat etnische Russen, sprekers van het Russisch en mensen die de Russische cultuur omarmen, zich verbonden moeten voelen met Moskou. Sinds begin deze eeuw komt dit tot uitdrukking in de politiek van de ‘Russische Wereld’ (Roesski mir). Leek het aanvankelijk een onderneming om het behoud van de Russische cultuur buiten Rusland te stimuleren, zij groeide weldra uit tot een geopolitiek instrument. In 2008 bood de Russische president de ‘medevaderlanders’ zo nodig gewapende protectie aan en verklaarde hen (of ze wilden of niet) tot ‘partner’ in de buitenlandse politiek. Het Kremlin deelt gul Russische paspoorten uit aan wie het tot de ‘Russische Wereld’ rekent: Oekraïners, Belarussen, orthodoxe gelovigen onder de Moskouse patriarch, sprekers van het Russisch of mensen die een stuk van hun geschiedenis met de Russen delen. Dat komt in de voormalige Sovjet-republieken nogal eens voor.

KrimKlimov
Russische interventietroepen in Simferopol op de Krim. 2014. Foto Oleg Klimov.

Maar het Kremlin had geen oog voor de vijandige gevoelens die de Krim-annexatie en het aanstichten van een oorlog in Donbas in Oekraïne hebben aangewakkerd. Het resultaat was een ook religieuze breuk tussen Kiev en Moskou.

In 2005 noemde Poetin het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ‘de grootste geopolitieke ramp van de eeuw’. ‘Wie het uiteenvallen van de Sovjet-Unie niet betreurt, heeft geen hart’, voegde hij daar later aan toe, ‘wie haar in haar vroegere vorm wil doen herleven, heeft geen verstand.’ De nadruk moest kennelijk liggen op in haar vroegere vorm. Immers, in 2008 voegde Rusland Abchazië en Zuid-Ossetië indirect en in 2014 de Krim rechtstreeks bij zijn grondgebied. De Oekraïense Donbas en het officieel tot Moldova behorende Transdnestrië staan eveneens onder Russische curatele. Na de oorlog in 2020 tussen Azerbeidzjan en Armenië om de omstreden Karabach-regio zijn ook daar Russische peacekeepers present. Het gerucht wil dat er sindsdien, net als in andere gebieden waar Moskou een vinger in de pap heeft, Russische paspoorten worden uitgedeeld.

Imperiaal trauma of strategie?

Wat wil Moskou: van een imperium blijven dromen, of goede betrekkingen met de buurlanden onderhouden en ze verder met rust laten? Al in de jaren negentig stond het voor die keuze. In 1997 vergeleek Roman Szporluk, toen hoogleraar in de Oekraïense geschiedenis aan de Harvard-universiteit, dit met de ‘Duitse kwestie’, de agressieve Duitse expansiepolitiek die na 1933 onder Adolf Hitler haar meest expliciete uitdrukking vond. Zeg maar, de ‘Russische kwestie’. ‘Verkiezen de Russen een territoriaal beknot Rusland zoals dat nu bestaat, of een Rusland dat hun Kiev, Tasjkent en meer belooft terug te brengen, maar ten koste van een democratie en een vrije economie?’, vroeg Szporluk zich af.[i]

Szporluks opvolger Serhii Plokhy ontwikkelde de vraag van zijn voorganger een jaar of twintig later verder. ‘Wordt Rusland een moderne natiestaat’, aldus de Harvard-professor, ‘of blijft het een gesnoeid imperium, dat zich steeds weer in nieuwe conflicten stort door de fantoompijn van verloren territoria en de glorie van het verleden?’ Ook in zijn ogen is de dreiging die van dit dilemma uitgaat net zo groot en reëel als het gevaar dat in de vorige twee eeuwen voortvloeide uit het streven alle Duitse gebieden te verenigen in één machtig Duits imperium. Als de Russen niet kiezen voor de vorming van een moderne burgernatie binnen de eigen grenzen, kan volgens Plokhy de gedroomde terugkeer naar het verloren paradijs van de imaginaire Oostslavische eenheid leiden tot een nieuwe Koude Oorlog, ‘of erger’.[ii]

De chef van het Moskouse bureau van de Carnegie Endowment for International Peace, ex-officier van de Sovjet-inlichtingendienst Dmitri Trenin, is daarentegen van mening dat het met de Russische imperium-drang nogal meevalt. Rusland heeft zijn imperiale dromen allang opgegeven, zegt hij, en ‘past zich in een pijnlijk proces aan de snel wijzigende omstandigheden aan’. Het rijk van weleer is ‘meer een herinnering uit het verleden dan een realistische toekomstvisie’. Het beleid jegens Oekraïne in 2014 was in zijn opvatting vooral een improvisatie na Janoekovitsj’ val waarvoor geen plan bestond. Dat Rusland de Krim annexeerde was volgens Trenin meer om strategische redenen. Maar zoiets beweerde hij ook al voor Rusland zich de Krim toe-eigende, de lont stak in het Donbas-conflict en begon met de retoriek van de ‘Russische Wereld’. Het is onduidelijk of Trenin altijd onafhankelijk is of soms toch spreekbuis van het Kremlin. Indien het altijd al het beleid van het Kremlin is geweest, kan in elk geval geen sprake zijn van ‘nieuw pragmatisme’ van die kant, al werd door enkele Ruslandspecialisten eind 2020 wel gesproken van zo’n beleid.

Putschisten hebben alsnog gewonnen

Szporluk en Plokhy gaan mogelijk wat ver in hun redenering, maar ook Trenins visie kan niet klakkeloos worden overgenomen. Waarom talmt Moskou anders zo met een oplossing voor de Donbas-crisis of met een doorbraak in de MH17-affaire? Als we Poetins woorden serieus nemen, heeft Rusland zijn claims op Oekraïne allerminst opgegeven. Want hij ziet de Oekraïners in zijn irredentistische kijk wel als Russen, maar andersom kunnen Russen geen Oekraïners zijn.

De late Poetin-jaren zijn zowel wat betreft de internationale verhoudingen (de Krim-annexatie, de Donbas-crisis en het isolement dat daarop is gevolgd) als in het binnenlandse beleid (de ijzeren greep op de onafhankelijke pers, civil society en politieke oppositie) vergelijkbaar met de tijd die aan Gorbatsjovs hervormingen voorafging. Een handvol mensen rond Poetin, afkomstig uit de veiligheidsdiensten en het leger, neemt de sleutelbeslissingen. Dat clubje is niet groter dan het Staatscomité voor de Noodtoestand uit 1991.

Vandaar dat een niet bij naam genoemde blogger op de website van het onafhankelijke radiostation Echo Moskvy eind juli dit jaar verklaarde dat ‘het Noodcomité ons heeft overwonnen’, hoewel onder geheel verschillende omstandigheden. Uiteindelijk was de auteur toch iets optimistischer: ‘Het Noodcomité heeft in Rusland gewonnen, maar de strijd om de vrijheid is niet onderdrukt.’

[i] S. Frederick Starr (ed.), The End of Empire? The Transformation of the USSR in Comparative Perspective, Armonk 1997, p. 87.
[ii] Serhii Plokhy, Lost Kingdom. A History of Russian Nationalism from Ivan the Great to Vladimir Putin, London 2017, pp. 348-351.