De organisatie voor het verbod op chemische wapens OPCW mag voortaan aanwijzen wie verantwoordelijk is voor een aanval met chemische wapens. Deze versterking van de bevoegdheid van de OPCW gebeurt op initiatief van Groot-Brittannië en 30 andere landen en werd fel bestreden door met name Rusland, Syrië en Iran. De grote vraag is nu of Rusland uit het verdrag zal stappen.

Rusland wil graag meedoen aan de uitvoering van de afspraken die de Amerikaanse president Donald Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un in Singapore hebben gemaakt.

Rusland is ‘diep teleurgesteld’ door het opzeggen door de Amerikaanse president Trump van het verdrag met Iran en het herinvoeren van sancties. Samen met China heeft Rusland een oproep gedaan aan de overige ondertekenaars om hun verplichtingen ten aanzien van het akkoord na te komen. Rusland overlegt met Europese landen over de manier waarop het akkoord gered kan worden.

De jongste Amerikaanse sancties tegen Russische bedrijven zorgen voor onrust, met name op de aluminiummarkt. De prijzen voor aluminium zijn omhoog geschoten en Europese aluminium-producenten waarschuwen dat er een tekort dreigt aan grondstof. Voor talloze industrieën, zoals die van auto’s en vliegtuigen, kan dit gevolgen hebben.

Rusland moet zich bezinnen op zijn doelstellingen in Syrië en een strategie uitstippelen om zich terug te trekken. Dit concluderen Russische experts na de  raketaanval van de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië op drie objecten in Syrië, waar chemische wapens zouden worden gefabriceerd of opgeslagen. Behalve verbaal heeft Rusland niet gereageerd op de Westerse acties en daarmee is gebleken, aldus een van de commentatoren, dat Moskou zijn Syrische bondgenoot niet kan of wil verdedigen.