Meet het Westen met twee maten? En komt dat voort uit Russofobie? Mythevorming speelt inderdaad een rol. Maar uiteindelijk waren het de afgelopen decennia toch vooral de Russen zelf die hun keuzes maakten: eerst voor Jeltsin en zijn hervormingsplannen, daarna voor Poetin en diens assertieve politiek. Volgens Marc Jansen is het verwijt dat het Westen russofoob is ook een alibi om het eigen Russische falen te maskeren.

door Marc Jansen

Hebben Westerlingen gefundeerde kritiek op het Kremlin-beleid, dan volgt het antwoord dat ze zich schuldig te maken aan ‘russofobie’. Dat betekent, algemeen gesproken: angst of afkeer van Rusland of Russen, vaak uitgedrukt in stereotypen. Zoals boeven in Hollywood-films met een zwaar Russisch accent.

Russofobie heeft een oude geschiedenis, heet het. De zestiende-eeuwse Russische tsaar Ivan IV noemde men in het Westen ‘de Verschrikkelijke’, hoewel zijn Westerse collega’s uit die tijd in gewelddadigheid niet voor hem onderdeden.

Tot op de dag van vandaag heeft het Westen er een handje van om Russisch gedrag langs een andere meetlat te leggen dan het eigen gedrag, zeggen de russofobieschermers. Toen Kosovo zich begin 2008 van Ruslands bondgenoot Servië afscheidde, konden Westerse landen niet wachten dat besluit te omarmen. Maar toen Rusland in de zomer van hetzelfde jaar de onafhankelijkheid van twee provincies van Georgië erkende, kreeg het van genoemde kant de wind van voren. Toen het Westen in 2003 militair intervenieerde in Irak, beoordeelde men dat daar veel milder dan toen Rusland in 2015 op dezelfde manier in Syrië intervenieerde.

Museum of Communism Poster Prague 2009 2
Museum in Praag. Foto Wikimedia.

Dat ‘russofobie’ voor Russische gezagdragers gevoelig ligt, blijkt uit het boek Mythen over Rusland waarmee cultuurminister Vladimir Medinski de ‘vooroordelen’ over zijn land en landgenoten aan de kaak stelde. Hun eeuwige dronkenschap, lui- en wreedheid, gebrek aan properheid, diefachtigheid, lijdzaamheid, omkoopbaarheid. Hun raadselachtige ziel. Hun land dat technisch achterop zou lopen en een ‘gevangenis van volkeren’ zou zijn. Dat laatste is trouwens niet enkel een Westers stereotype, Lenin en aanvankelijk ook Stalin vonden dat evenzeer, van tsaristisch Rusland dan.

Mythebouwer Markies de Custine

Veel van zijn ‘mythes’ herleidt Medinski tot de markies van Custine, die tegen het midden van de negentiende eeuw een op een reis van twee maanden gebaseerd verslag uitgaf, La Russie en 1939. Daarin noemt Custine Rusland een despotie met inwoners die niet buiten onderdrukking kunnen. Een ander bête noire van Medinski is de Amerikaanse Ruslandhistoricus van Pools-Joodse origine Richard Pipes (1923-2018). In Russia under the old regime (1974) kenmerkte die zijn onderwerp met de term ‘patrimonialisme’: de vorst heerste niet alleen over Rusland maar had het ook in bezit. Daaruit zou de lezer kunnen opmaken dat het bij gebrek aan verandering voorbeschikt was een autocratie te blijven. Bovendien adviseerde Pipes later de Amerikaanse president Ronald Reagan, die de Sovjet-Unie als ‘rijk van het kwaad’ neerzette.

Astolphe de Custine Wikimedia
Markies de Custine. Beeld Wikimedia

Het idee van een ‘gevangenis van volkeren’ verwerpt Medinski als een verzinsel van Ruslands concurrenten. Het was in zijn ogen niet eens een imperium, slechts een multinationale staat. Al werd het ‘t grootste land ter wereld, anders dan de door Europese landen gestichte overzeese rijken vond de territoriale groei van Rusland op volkomen natuurlijke wijze plaats, aldus Medinski. Tussen metropool en periferie bestond geen principieel onderscheid, de erbij gekomen volkeren werden niet uitgebuit en konden hun traditionele leven voortzetten. Voor opstand was geen aanleiding. Op dit punt moet hij wel een (lichte) uitzondering maken voor de Tsjerkessen uit de Noord-Kaukasus, de Tataren van de Krim en in mindere mate de Joden.

Ook de Sovjet-Unie was voor Medinski geen imperium. ‘In Rusland was er nimmer een genocide, geen slavenhandel, geen uitroeiing van overwonnen volkeren’, aldus de cultuurminister.

Een eindeloze cyclus 

En nu heeft de Britse historicus Mark Smith, die geschiedenis doceert aan de Universiteit van Cambridge, recent The Russia Anxiety gepubliceerd. De titel van het boek komt aardig in de buurt van ‘russofobie’. Russia Anxiety bestaat in het Westen al eeuwen en komt volgens Smith tot uiting in een cyclus van angst, verachting en geringschatting. Als de Russen vervolgens met een reactie komen, herhaalt de cyclus zich.

Mark Smith is een serieuze historicus met een solide kennis van de Russische geschiedenis. Overtuigend laat hij zien dat deze geschiedenis, anders dan de door hem ‘strijder-geleerde’ genoemde Pipes in zijn ogen impliceert, zeker niet louter de kant op wijst van autocratie of zelfs totalitarisme. Democratische elementen ontbreken volgens hem niet. Het oude Rusland vindt hij geen gewelddadiger rijk dan zijn rivalen. Lenins bolsjewieken noemt hij de recentste belichaming van de ‘Russische barbaar’ voor Westerlingen.

Smith: 'Zelfs Stalin ging het niet alleen om repressie maar ook om participatie'

Wat niet wegneemt dat hij de eerste helft van de twintigste eeuw met zijn overdadige geweld tot een ‘uniek donker tijdperk’ bestempelt, zij het ook een ‘uitzondering’ in het historisch proces. Hij ziet er als het ware de barensweeën in van de ‘moderniteit’, die elders in de wereld eveneens het nodige heeft aangericht. Maar zelfs onder Stalin draaide de maatschappij, behalve om de afgedwongen unanimiteit, volgens hem ook om ‘participatie’.

Smith vraagt, al was het maar om zijn drammerigheid, om tegenspraak. Hij vindt dat de Sovjet-maatschappij, ondanks alle bezwaren, wel degelijk stabiliteit en enige mate van normaliteit te bieden had. Het had veel langer kunnen duren als Michail Gorbatsjov niet zo hard van stapel was gelopen met zijn ‘slecht doordacht hervormingsprogramma’, die ‘het weefsel van het Sovjet-leven uiteenscheurde’. Het ontbrak Gorbatsjov aan begrip van ‘de verscheidenheid, complexiteit en zelfs de legitimiteit van het Sovjet-leven, waarin veel mensen levens leidden die zij als normaal en passend beschouwden’. Ook de meeste Oekraïners zagen volgens Smith tot eind jaren tachtig de beste kansen voor hun natie binnen de Sovjet-Unie. Het is in zijn ogen aan Gorbatsjov te danken dat ‘de Sovjet-Unie per ongeluk zelfmoord pleegde’.

Dit in Rusland veel gehoord verhaal schenkt echter erg weinig aandacht aan de juist sterke abnormaliteit van de Sovjet-maatschappij: afgezien van de ideologische druk en het lage niveau van mensenrechten waren ook schaarste, rijen, gebrek aan arbeidsmotivatie aspecten daarvan.

Boze opzet van het Westen?

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie maakt Smith in zijn boek van Rusland welhaast het slachtoffer van boze Westerse opzet. Terwijl het al in de touwen lag, waren ‘Westerse hervormers en adviseurs’ (nog ‘dik betaald’ ook) erop uit om ‘Rusland te veranderen in een laboratorium van markthervorming door een “shocktherapie” op te leggen aan een al wanhopige bevolking’.

Het door Moskou geleide Warschaupact werd opgeheven. De NAVO bestond intussen niet alleen voort, ze breidde zich zelfs uit tot de grenzen van Rusland. De EU volgde dezelfde ‘uitbreidingslogica’. Het Westen zag volgens Smith het eind van de Koude Oorlog als een ‘overwinning’ en handhaafde de ‘institutionele architectuur’ uit de Koude Oorlog, zonder rekening te houden met de belangen van Rusland. Ook Georgië en Oekraïne werden uitgenodigd het NAVO-lidmaatschap te zoeken en Washington steunde de Oekraïense EU-oriëntatie.

Veel Russen zagen hierin dezelfde ‘opzettelijk krachtige veronachtzaming’ van wat in hun ogen Ruslands belangen waren. Oekraïne werd voor de keus geplaatst ‘tussen EU of Rusland’. Het vooruitzicht dat er binnenkort NAVO-militairen in Sebastopol gelegerd zouden worden, was in Smith’s ogen voor Poetin ‘een niet onredelijke grond om de controle van de Krim over te nemen’. Dat Oekraïne misschien ook belangen zou kunnen hebben, lijkt hij van ondergeschikt belang te vinden.

Het Westen had er naar Smith’s smaak beter aan gedaan om de internationale instituties in 1991 zo te herschikken dat Rusland er als een ‘natuurlijke democratische lidmaat’ deel van had kunnen uitmaken. Die kans liet het Westen echter lopen, het durfde het risico niet aan. Wat Smith zelf voor ogen staat is iets als het Concert van Europa, waar het Congres van Wenen na Napoleons val in 1814-1815 toe besloot. Dat concert ging uit van een machtsevenwicht tussen de verschillende Europese staten ter voorkoming van de dominantie van een van hen. Een dergelijk vergelijk zou mogelijk ook de belangen van Oekraïne beter hebben gediend, zegt Smith dit keer wel. Hij gaat daarmee overigens voorbij aan de grote waarschijnlijkheid dat Rusland het buurland in zo’n constellatie ook voor zijn invloedssfeer zou hebben opgeëist.

Maar in het Westen heerste in Smith’s woorden een stemming van ‘We zullen van de Russen niet meer horen’. Daar valt tegenin te brengen dat de Oost-Europese en Baltische landen decennialang deel hadden uitgemaakt van het Sovjet-blok en nu de plaats terug wilden die zich volgens hen in Europa bevond: en dus juist niet opnieuw in de Russische invloedssfeer. Bij Europa horen betekende voor hen een plaats in de EU en de NAVO. Rusland wilde zichzelf ondertussen niet aan een supranationale autoriteit onderschikken en had andere wensen. Vandaar Smith’s idee van een institutionele herinrichting. Bovendien zou, vanuit de NAVO en de EU geredeneerd, een lidmaatschap van Rusland alleen al door zijn omvang deze instituties volledig uit balans hebben getrokken.

Boris Yeltsin 7 May 1996
Boris Jeltsin en zijn kiezers. Mei 1996. Foto Wikimedia

Wie koos Jeltsin tot president?

Ook Smith’s argument dat het Westen Rusland shocktherapie, kapitalisme en democratie-Westerse-stijl heeft opgedrongen, valt binnen het domein van de mythevorming. De jaren negentig waren zeker een zware tijd. De meeste Russen werden een stuk armer. Slechts een gering aantal profiteerde. Misdaad en corruptie grepen om zich heen. Er ontstond nostalgie naar de paternalistische communistische staat. Maar was dat een gevolg van Westers ingrijpen? Nee. De Russen hadden in 1991 toch echt Boris Jeltsin zelf tot hun president gekozen, waarna het Russische parlement hem extra volmachten had gegeven om een begin te maken aan de uitvoering van zijn hervormingsprogramma. Ook van Jeltsins herverkiezing in 1996 maakt Smith vooral het werk van Amerikaanse consulenten met hechte banden met de Amerikaanse president Bill Clinton. De laatste wist bovendien net op tijd een grote IMF-lening voor Rusland los te peuteren. Maar werd Jeltsins herverkiezing niet in de eerste plaats bekokstoofd binnen de Russische machtselite?

Niet zozeer het IMF en de NAVO, Brussel en (toen nog) Bonn of Washington bepaalden in de jaren negentig de toekomst van Rusland, het waren vooral eigen keuzen.

Meeste Russen mogen dan geen lust tot expansionisme hebben, de methoden om weer eerste viool te kunnen spelen zijn niet fijnzinnig

Onder Poetin heeft het besteedbare inkomen van de meeste Russen een sprong gemaakt. Vooral daaraan dankt hij zijn populariteit. Toch heerst er nog immer nostalgie naar de Sovjet-tijd, al was de welvaart toen geringer.

Hoe het ook zij, in de manier waarop het onder Poetin de plaats en het respect heeft terugveroverd die het zichzelf op het wereldtoneel toekent, speelt Rusland zelf de eerste viool. Al zegt Smith dat de meeste Russen niet de geringste lust tot invasies en expansionisme hebben, de door Poetin gebruikte methoden om weer een eerste viool te spelen zijn verre van fijnzinnig: al dan niet ‘hybride’ oorlogen in Georgië, Oekraïne en Syrië, annexatie van de Krim, een vliegtuigramp, inmenging in buitenlandse verkiezingen, moordaanslagen ook buiten Ruslands grenzen, sportdoping, wat vervolgens allemaal weer wordt ontkend.

De mensen die er in Rusland toe doen, hebben er grote moeite mee dat het ooit door Moskou gestichte rijk is uiteengevallen, en er zijn buitenlanders die het daarbij voor hen opnemen. Het begrip russofobie met zijn varianten geeft hun daarbij een alibi het eigen Russische falen te maskeren.

Literatuur

Mark B. Smith. The Russia Anxiety and how history can resolve it. Allen Lane, 2019.
Vladimir Medinsky. Myths about Russia. Glagoslav Publications Ltd., 2015.

Deelnemen aan dit debat?

Bijdragen die goed geschreven zijn en het debat inhoudelijk verder brengen, zullen wij graag publiceren. De redactie houdt zich het recht voor artikelen te weigeren dan wel te redigeren of in te korten.
Naam(*)
Dit veld is verplicht.

E-mailadres(*)
Het e-mailadres lijkt niet correct.

Uw mededeling aan de redactie
Invalid Input

Uw artikel of document
Invalid Input